Mierenlokdoos

 
 
Kinderen kunnen niet vergiftigd worden door een mierenlokdoos in de mond te steken of door hun handen af te likken na het aanraken van een mierenlokdoos. Hele kleine honden die de dozen openbijten en de inhoud opeten, kunnen algemene tekenen van vergiftiging vertonen.
 
 
 
 

Behandeling

  • Wat doen als een kind een mierenlokdoos in de mond steekt? 

    Kinderen kunnen niet vergiftigd raken door een mierenlokdoos in de mond te steken of door hun handen af te likken na het aanraken van een de doos. In het uitzonderlijk geval waar een kind de volledige inhoud van een mierenlokdoos opeet, neem je het best contact op met het Antigifcentrum (070 245 245).

  • Kunnen honden vergiftigd geraken door het eten van een mierenlokdoos?

Honden houden van zoetigheid en zullen proberen om bij de inhoud van de mierenlokdoos te komen. Na het verbrijzelen van de doos zullen ze de inhoud ervan vaak volledig oplikken. Het risico is beperkt, omdat er in elke mierenlokdoos slechts een kleine hoeveelheid insecticide zit. Er kunnen bij honden tekens van lokale irritatie optreden zoals speekselvloed en weigering om te eten. De klachten kunnen een gevolg zijn van mierenbeten. Deze symptomen behoeven geen enkele behandeling.

Bij hele kleine honden (minder dan 5 kg.) kunnen algemene tekenen van vergiftiging optreden (spijsverteringsstoornissen en/of beven). Neem in dat geval contact op met de dierenarts. De evolutie onder behandeling is altijd gunstig. 

 
 
 
 

Toxiciteit

De concentratie van het insecticide is gewoonlijk zeer laag zodat de totale hoeveelheid per doosje erg klein is.

Een mierenlokdoos bestaat uit een plat doosje met meerdere openingen waarlangs mieren makkelijk in en uit kunnen kruipen. Binnenin bevindt zich een tamelijk dikke, stroperige vloeistof. Deze gesuikerde vloeistof trekt de mieren aan. Ze bevat ook een insecticide. De aard van het insecticide varieert naargelang het merk. De naam en de concentratie van het insecticide staan op de verpakking. Elk doosje bevat 4 tot 10 gram lokaas. De concentratie van het insecticide is gewoonlijk zeer laag zodat de totale hoeveelheid per doosje erg klein is.

Bijvoorbeeld:

  • Arsenicumderivaten (As) natriumcacodylaat of natriumdimethylarsenaat 2 tot 5,9 % (bevat minder dan 1 tot 2 % arseen).
  • Pyrethrinoïden: D-phenotrine 0.1 %.
  • Organofosfaten: chlorpyrifos 0,1 %; phoxim 0,08; trichlorphon 0,1 %.
  • Fipronil 0,2 tot 0,55 %.
  • Abamectine: Momenteel zijn er op de Belgische markt geen lokdozen op basis van abamectine. Wel is het mogelijk dat er nog oude lokdozen met abamectine in omloop zijn. Die zijn overigens wel op de markt in buurlanden zoals Frankrijk. Door een genetische mutatie kunnen sommigen hondenrassen veel gevoeliger zijn voor de effecten van abamectine dan rassen zonder deze mutatie. Collies, Shetlands, Australische herders, Zwitserse witte herders en Whippets zijn vaak drager van deze mutatie. Bij deze honden kan een zeer ernstige vergiftiging optreden bij het opeten van een mierenlokdoos met abamectine. Neem in deze gevallen contact op met je dierenarts of het Antigifcentrum (070 245 245).