Wetgeving periodiek nazicht verwarmingsinstallaties

"Het Koninklijk Besluit van 6 januari 1978 ter voorkoming van luchtverontreiniging bij het verwarmen van gebouwen met vaste of vloeibare brandstof" werd door de 3 gewesten op verschillende data opgeheven en vervangen door een nieuwe wetgeving. Deze nieuwe wetgeving is verschillend in de drie gewesten en vertegenwoordigt de omzetting van de Europese Richtlijn 2002/91/EG betreffende de energieprestaties van gebouwen. Deze wetgeving geldt alleen voor centrale stookinstallaties. Momenteel is er voor individuele toestellen zoals badgeisers, gaskachels, mazoutkachels geen wettelijke onderhoudsplicht. Wel moeten deze toestellen beantwoorden aan de Europese of Belgische normen die gelden voor het hele land en moet het onderhoud gebeuren zoals voorgeschreven door de fabrikant van het toestel.

1. VLAAMS GEWEST

8 DECEMBER 2006 - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het onderhoud en het nazicht van stooktoestellen voor de verwarming van gebouwen of voor de aanmaak van warm verbruikswater.

Dit besluit verscheen in het staatsblad op 27/04/2007 en is in werking getreden op 1 juni 2007.

Voor de volledige wettekst: klik hier

Deze wetgeving is van toepassing op centrale stookinstallaties met een nominaal vermogen groter of gelijk aan 20 kW. De wettekst beschrijft hoe een centraal stooktoestel moet nagezien worden om een goede en veilige staat van werking te waarborgen. Er zijn aparte voorschriften voor stooktoestellen op vloeibare, gasvormige en vaste brandstof. De wet bepaalt onder andere de maximale concentratie CO die in de rookgassen aanwezig mag zijn.

De wettekst omschrijft ook de verplichtingen van de gebruiker en de eigenaar van een centraal stooktoestel wat betreft de keuring voor de eerste ingebruikname en het onderhoud:

• Alle nieuwe centrale stookinstallaties op vloeibare, vaste of gasvormige brandstof moeten gekeurd worden voor de eerste ingebruikname. De keuring moet uitgevoerd worden door een erkende technicus vloeibare brandstof of een erkende technicus gasvormige brandstof of door een geschoold vakman voor vaste brandstof. Een nieuw centraal stooktoestel mag enkel in gebruik genomen worden als het keuringsrapport dit uitdrukkelijk toestaat.

• Elk centraal stooktoestel op vaste brandstof en de stooktoestellen op vloeibare of gasvormige brandstof moeten een periodieke onderhoudsbeurt krijgen. Voor toestellen op vaste of vloeibare brandstof moet dit jaarlijks gebeuren, voor toestellen op gasvormige brandstof om de twee jaar. Het onderhoud moet gedaan worden door een erkende technicus vloeibare brandstof of een erkende technicus gasvormige brandstof of door een geschoold vakman voor vaste brandstof.

Het onderhoud omvat:

• Het reinigen en controleren van de schoorsteen.

• Het nazien en afstellen van de brander van een stooktoestel op vloeibare brandstof of het reinigen en controleren van het centrale stooktoestel op gasvormige brandstof.

• Het controleren van de verluchting in het stooklokaal en de aanvoer van verbrandingslucht.

• De eigenaar van een centraal stooktoestel met een vermogen groter dan 20 kW is verplicht een verwarmingsaudit te laten uitvoeren, dit samen met de eerste onderhoudsbeurt nadat het toestel 5 jaar oud is geworden en nadien vijfjaarlijks. Deze audit dient uitgevoerd te worden door een erkend technicus.

2. WAALS GEWEST

29 JANUARI 2009, gewijzigd op 15 MEI 2014 - Besluit van de Waalse Regering tot voorkoming van de luchtverontreiniging door de centrale verwarmingsinstallaties voor de verwarming van gebouwen of de productie van sanitair warm water en tot beperking van het energieverbruik ervan

Voor de volledige tekst: klik hier

Door dit besluit wordt de richtlijn 2002/91 van het Europees Parlement en van de Raad van 16 december betreffende de energieprestatie van gebouwen gedeeltelijk omgezet.

De wettekst beschrijft de normen en voorwaarden waaraan een stookruimte moet voldoen met inbegrip van de systemen voor luchtaanvoer en -afvoer en voor de afvoer van de verbrandingsgassen. Een centrale verwarmingsinstallatie die voldoet aan de criteria beschreven in de wettekst wordt geacht in goede staat van werking te verkeren.

De wettekst omschrijft de verplichtingen van de gebruiker en de eigenaar van centrale verwarmingsinstallaties wat betreft de eerste ingebruikname, de controle en het onderhoud:

• De plaatsing, de oplevering en de inbedrijfsname van nieuwe installaties moeten gedaan worden door een erkend technicus.

• De controle omvat het meten van de emissies en controle van de stookplaats, luchtaanvoer en schoorsteen. Voor centrale verwarmingstoestellen op vaste brandstof of stookolie moet deze controle jaarlijks gebeuren, voor toestellen op gas 3-jaarlijks. Daarnaast moet er een controle verricht worden na elke interventie op het verbrandingsgedeelte van de warmtegenerator. De controle moet uitgevoerd worden door een erkend technicus.

• Het onderhoud moet ook uitgevoerd worden door een erkend technicus, die als enige interventies mag doen op het verbrandingsgedeelte van een verwarmingstoestel. De wet voorziet geen periodiciteit voor dit onderhoud.

De eigenaar van een centraal stooktoestel met een nominaal vermogen van 20 kW of meer moet een verwarmingsaudit laten uitvoeren samen met de eerstvolgende onderhoudsbeurt, vermeld in artikel 8, 4°, nadat het toestel vijf jaar oud is geworden en nadien vijfjaarlijks.

3. BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

3 JUNI 2010 - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de voor de verwarmingssystemen van gebouwen geldende EPB-eisen bij hun installatie en tijdens hun uitbatingperiode

Voor de volledige tekst: klik hier

In het Brussels Gewest wordt een onderscheid gemaakt tussen verwarmingssystemen met een nominaal vermogen van minder dan 100 kW (Type 1) en een nominaal vermogen gelijk aan of groter dan 100 kW (Type 2).

De wettekst beschrijft de eisen waaraan de verwarmingssystemen van het type 1 en het type 2 moeten voldoen.

De oplevering van verwarmingssystemen bestaat uit een controle van de naleving van de eisen gesteld in de wettekst. Voor installaties van het type 1 moeten deze parameters gecontroleerd worden door een “erkend verwarmingsinstallateur”; voor installaties van het type 2 door een “erkend EPB verwarmingsadviseur” (EPB=energieprestatieregelgeving).

Op het hele verwarmingssysteem met een verwarmingsketel moet een periodieke controle uitgevoerd worden door een erkende verwarmingsketeltechnicus. Voor een verwarmingsketel op vloeibare brandstof moet deze controle jaarlijks gebeuren, voor een verwarmingsketel op gas om de 3 jaar. De controle bestaat uit een reiniging van alle onderdelen van de verwarmingsketel en het rookgasafvoersysteem, de regeling van de brander en een controle van de naleving van de eisen gesteld in de wettekst.

Voor de vaste brandstoffen blijft het KB van 6 januari 1978 van kracht. Deze wettekst verplicht voor verwarmingstoestellen op kolen een jaarlijks onderhoud bestaande uit: het vegen van de schoorstenen, het reinigen van de leidingen en controleren van de dichtheid en van de verbranding.

Ten vroegste één jaar voor en ten laatste één jaar nadat de oudste verwarmingsketel van het verwarmingssysteem 15 jaar geworden is en voor verwarmingssystemen met een nominaal vermogen groter dan 20 kW, moet een diagnose van een verwarmingssysteem gesteld worden. Deze diagnose omvat een beoordeling van de energieprestatie, het naleven van de gestelde eisen, de bepaling van de overdimensionering, een advies over de vervanging van de verwarmingsketels of andere mogelijke wijzigingen en het opstellen van een stappenplan.