De “nieuwe” etiketten

GHS of Globally Harmonised System of Classification and Labelling of Chemicals is een nieuw systeem voor de indeling en etikettering van chemische stoffen en preparaten. Het systeem werd ontwikkeld door de Verenigde Naties. Het GHS dient als basis voor landen die de internationale aanbevelingen willen toepassen. Voor de Europese Unie resulteerde dit in de Richtlijn 2008/112/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels (het zogenaamde CLP reglement, Classification, Labelling Packaging). Dit reglement werd geleidelijk ingevoerd in de Europese Unie.

Wat staat er op het etiket?

De volgende informatie is verplicht op het etiket:

  • Leverancier: naam, adres en telefoonnummer van diegene die het product op de markt brengt

  • Product: voor zuivere stoffen de chemische naam en eventueel een identificatienummer; voor mengsels en preparaten de commerciële naam en de chemische naam van de ingrediënten die de basis vormen voor de classificatie.

  • Gevarenpictogram

  • Signaalwoord

  • Gevarenaanduiding (H-zinnen)

  • Voorzorgsmaatregelen (P-zinnen)

  • Bijkomende informatie

  • Volume of gewicht, tenzij dit elders op de verpakking is aangeduid.

De gevarenpictogrammen

Bron: European Chemicals Agency (ECHA)

Bekijk ook onze video, via deze link.

Acute toxiciteit (GHS06)

Kan schadelijk of dodelijk zijn bij inslikken, bij inademing of bij contact met de huid. 

Corrosief (GHS05)

Kan ernstige brandwonden en oogletsel veroorzaken.

Gevaar voor gezondheid, gevaarlijk voor de ozonlaag (GHS07)

Kan allergische huidreactie of ernstige oogirritatie veroorzaken; kan schadelijk zijn bij inslikken of inademen; kan schadelijk zijn voor het milieu. 

Ernstig gevaar voor de volksgezondheid (GHS08)

Kan de vruchtbaarheid of het ongeboren kind schaden, kan kanker, allergieën of astmasymptomen veroorzaken of organen beschadigen. 

Explosief (GHS01)

Instabiele ontplofbare stof. Gevaar voor massa-explosie.

Ontvlambaar (GHS02)

Licht of uiterst ontvlambare gassen, aerosolen, vloeistoffen en dampen.

Oxiderend (GHS03)

 

Kan brand of explosie veroorzaken (of brand bevorderen).

Gas onder druk (GHS04)

Kan exploderen bij verhitting, kan brandwonden of verwondingen veroorzaken. 

Gevaarlijk voor het milieu (GHS09)

Giftig voor in het water levende organismen.

Gevarenklassen

Gevaarlijke stoffen of mengsels van gevaarlijke stoffen moeten volgens de CLP voorschriften ingedeeld worden in één of meerdere categorieën.

Het CLP reglement definieert 28 gevarenklassen. 27 hiervan werden gedefinieerd door het GHS. Eén gevarenklasse werd bijgevoegd door de Europese Unie, namelijk “gevaarlijk voor de ozonlaag”. De 28 gevarenklassen worden onderverdeeld in drie soorten gevarenklassen: 16 fysische gevaren, 10 gevaren voor de gezondheid en 2 gevaren voor het milieu.

Een gevarenklasse kan onderverdeeld worden in gevarencategorieën. Deze indeling bepaalt dan het etiket: welk pictogram, signaalwoord, bijhorende gevarenaanduidingen (H-zinnen) en voorzorgsmaatregelen (P-zinnen) moeten toegevoegd worden. De H- en P-zinnen vervangen de vroegere R- en S-zinnen.

De gevarenklassen zijn als volgt:

1. Fysische gevaren: 

Ontplofbare stoffen
Ontvlambare gassen
Ontvlambare aerosolen
Oxiderende gassen
Gassen onder druk
Ontvlambare vloeistoffen
Ontvlambare vaste stoffen
Zelfontledende stoffen en mengsels
Pyrofore vloeistoffen
Pyrofore vaste stoffen
Voor zelfverhitting vatbare stoffen en mengsels
Stoffen en mengsels die in contact met water ontvlambare gassen ontwikkelen
Oxiderende vloeistoffen
Oxiderende vaste stoffen
Organische peroxiden
Bijtend voor metalen

2. Gevaren voor de gezondheid:

Acute toxiciteit
Huidcorrosie en huidirritatie
Ernstig oogletsel/oogirritatie
Sensibilisatie van de luchtwegen of van de huid
Mutageniciteit in de geslachtscellen
Kankerverwekkend
Voortplantingstoxiciteit
Specifieke doelorgaantoxiciteit bij eenmalige blootstelling
Specifieke doelorgaantoxiciteit bij herhaalde blootstelling
Aspiratiegevaar

3. Gevaren voor het milieu:

Gevaar voor het aquatisch milieu 
Gevaar voor de ozonlaag

Het signaalwoord

Er zijn twee verschillende signaalwoorden: “Gevaar” wordt gebruikt voor de categorieën met de meest ernstige gevaren en “Waarschuwing” geeft de minder ernstige gevaren aan.

De gevarenaanduidingen (H-zinnen)

H-zinnen beschrijven de aard en de ernst van de gevaren (bijvoorbeeld zeer giftig, giftig, schadelijk…) en de omstandigheden waarin gevaren kunnen voorkomen (huidcontact, inademing…).

Meer info: H-zinnen, via deze link

De veiliigheidsaanbevelingen (P-zinnen)

P-zinnen geven veiligheidsaanbevelingen: hoe een product gebruiken en hoe het risico beperken (bijvoorbeeld dragen van een veiligheidsbril of veiligheidshandschoenen).

Meer info: P-zinnen via deze link.

Bijkomende informatie

Voor een aantal stoffen of gevaarlijke mengsels vraagt de Europese Unie via CLP bijkomende informatie die niet vereist is door het GHS. Het kan gaan om bijkomende informatie over de gevaren. Deze worden aangeduid als EUH-zinnen. Meestal gaat het om zinnen die al opgenomen waren in het vroegere Europese systeem onder de vorm van R-zinnen (De lijst met EUH-zinnen is opgenomen in de lijst met H-zinnen).

Meer weten?

Een kort en handig overzicht én de campagnewebsite van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu. 

Versie 9/2025