Steken van wespen, bijen en hoornaars: opgelet voor allergische reactie

De steek van een wesp, bij, hommel of hoornaar kan drie soorten reacties veroorzaken: een lokale reactie, een toxische reactie die afhangt van het aantal steken en een allergische reactie die kan uitgelokt worden door één enkele steek. De lokale reactie komt het vaakst voor. De tussenkomst van een arts is hier zelden noodzakelijk. De toxische reactie en de allergische reactie vormen een medische urgentie, waarvoor meestal een opname in het ziekenhuis vereist is.

Behandeling

Eerste zorgen ter plaatse

Meteen na de prik ontstaat irritatie en pijn. De huid rondom de steek zwelt op en wordt rood.

  • Alleen na een bijensteek blijven de angel en het gifapparaat achter in de huid. Het gifapparaat blijft gif afgeven in de huid. De angel moet zo snel mogelijk verwijderd worden, met de nagel of door met de botte kant van een mes over de steek te gaan. Gebruik nooit een pincet, hierdoor zou de gifklier open kunnen gaan en nog meer gif verspreiden.
  • Verwijder ringen bij een steek in de hand, zodat de bloedvoorziening van de vinger niet in het gedrang komt bij zwelling.
  • Reinig de steek met water en zeep en ontsmet nadien met een ontsmettingsmiddel.
  • Als er veel pijn is, kan een pijnstiller ingenomen worden.
  • Een aantal auteurs raadt aan om eerst een warmtebron (haardroger of zeer warm water) toe te passen en nadien een ijsblokje om de pijn en de zwelling te doen afnemen. Deze remedie is evenwel twijfelachtig.
  • Verifieer ook of de tetanusvaccinatie in orde is.

Neem contact op met een arts als:

  • De lokale reactie (zwelling, roodheid, warmte, pijn) sterk uitbreidt in de dagen na de steek of als er veralgemeende ziektetekenen ontstaan, zoals koorts en/of rillingen. Deze symptomen kunnen wijzen op een wondinfectie.
  • Men in de mond of de keel gestoken wordt. Er kan zeer vlug een belangrijke zwelling ontstaan die de ademhaling bemoeilijkt. Geef een ijsklontje om op te zuigen en ga zo vlug mogelijk naar een arts of naar het ziekenhuis.
  • Een steek in de oogbol.
  • Een allergische reactie optreedt na een steek. Bel de 112 voor een dringende overbrenging naar het ziekenhuis. De allergische reactie gaat gepaard met huiduitslag, hevige jeuk, zwelling van het gelaat, duizeligheid, bleekheid, ademhalingsproblemen en het gevoel te stikken. Laat het slachtoffer neerliggen, de benen iets hoger dan de rest van het lichaam.
  • Wie meer dan 20 bijen- of wespensteken heeft gekregen moet in het ziekenhuis geobserveerd worden. Voor kinderen is dit vanaf 5 steken. Ook wanneer er geen symptomen zijn, want de toxische effecten kunnen zich vertraagd voordoen.
  • Na een steek in de mond of keelregio is een korte observatie in het ziekenhuis vereist, zelfs als er in eerste instantie geen symptomen zijn. Bij ernstige symptomen of risico op gekende allergie kan een langere observatie nodig zijn.

Symptomen

Het gif wordt intradermaal (in de huid) ingespoten en bevindt zich meestal in het bindweefsel van de huid. Ter hoogte van de slijmvliezen en het oogbindvlies verspreidt het gif zich veel sneller en ontstaat er een sterk uitgesproken zwelling. 

Er zijn drie mogelijke reacties.

Een lokale reactie

De steek is zeer pijnlijk. Men ziet lokale roodheid (vaak met een witte vlek in het midden), een zwelling van enkele centimeters en een lichte verharding. Meestal gaat dit gepaard met jeuk. Deze reactie, veroorzaakt door vasoactieve amines en peptiden, verdwijnt meestal enkele uren na de steek.

De pijn trekt binnen enkele uren weg hoewel de roodheid/zwelling tot 48u kan aanhouden. Vooral bij wespen- en hoornaarsteken kunnen de lokale effecten enkele dagen aanhouden. Naargelang de plaats waar men gestoken is, kan de zwelling ook meer uitgesproken zijn. Dit is onder meer het geval bij steken in het gelaat (oogleden, neus, oren, lippen) en de hals.

Een enkele steek ter hoogte van de mond of keel kan gevaarlijk zijn en medische hulp vereisen. De steek kan zodanig opzwellen dat het slachtoffer begint te stikken.

Een veralgemeende reactie

De ernst van de reactie zal toenemen met het aantal steken. Bij veelvuldige steken is de hoeveelheid ingespoten gif groter. Voor niet-allergische volwassenen wordt de grens op een 20-tal steken gelegd, voor kinderen op meer dan 5 steken. Een hospitalisatie is dan noodzakelijk.

Naast een lokale reactie (pijn, zwelling, jeuk) treden er algemene effecten op als hoofdpijn, vermoeidheid, duizeligheid, misselijkheid, braken, diarree en koorts.

Bij een toenemend aantal steken kan een te lage bloeddruk tot flauwvallen, stuipen en shock leiden. In zeldzame gevallen treden de ernstige systemische reacties pas later op.

Een allergische reactie (anafylactische shock)

Een ernstige allergische reactie kan al optreden na één steek en is niet afhankelijk van de hoeveelheid gif. De volgende symptomen kunnen voorkomen:

  • Huid: netelkoorts (urticaria), roodheiden uitgebreide zwelling.
  • Ademhalingsstelsel: zwelling van tong of keel (waardoor slikken moeilijk wordt), oedeem (zwelling) van het strottenhoofd, spasmen van de luchtwegen met benauwdheid, angstgevoel en eventueel blauwe verkleuring van de huid (cyanose).
  • Hart: plotse daling van de bloeddruk, shock.
  • Spijsvertering: misselijkheid, braken, diarree.
  • Neurologisch: duizeligheid, verwardheid, bewustzijnsverlies.

 

Zonder snelle medische tussenkomst kunnen een geblokkeerde luchtweg of hartstilstand fataal zijn. 

Risico’s

Bij een persoon die overgevoelig is aan het gif van wespen of bijen, kan één steek voldoende zijn om een ernstige reactie uit te lokken.

Bij niet-allergische personen hangt de reactie af van de ingespoten hoeveelheid gif en het aantal steken.

Eén steek van een wesp of een bij is doorgaans niet gevaarlijk, maar kan wel erg pijnlijk zijn. 

Bij meerdere steken of bij steken op gevoelige plaatsen (zoals in het gezicht, mond, keel, hals, oogleden of geslachtsdelen) is het raadzaam om de symptomen goed op te volgen en, indien nodig, medische hulp in te roepen. Risicopersonen zijn onder andere:

  • Kinderen en ouderen (door hun kwetsbaardere lichaamsfuncties).
  • Imkers (door herhaalde blootstelling kan er allergie optreden).
  • Personen met een relevante medische voorgeschiedenis, zoals bekende allergieën of hart- en longaandoeningen.

Toxiciteit

Het gif heeft een ingewikkelde scheikundige samenstelling.

Het bevat enzymen (fosfolipasen, hyaluronidasen,…), peptiden (kinines,…), actieve amines (histamine,…) en aminozuren. Het zijn voornamelijk de fosfolipasen en hyaluronidasen die bij sommige personen leiden tot de vorming van immuunglobulinen verantwoordelijk voor allergische reacties (IgE).

Preventie

  • Loop niet blootsvoets buiten, vooral niet in het gras.
  • Gebruik geen geurende stoffen die wespen en bijen aantrekken (parfum, haarlak, geurende zonnecrème).
  • Vermijd de omgeving van bijenkorven en wespennesten.
  • Hou afstand van vuilnis dat niet goed afgesloten is.
  • Als een insect rond je oren vliegt, blijf kalm. Vermijd bruuske bewegingen en jaag het zachtjes weg. Angst en paniek zijn uit den boze.
  • Als je allergisch bent, vermijd buiten te eten.
  • Vermijd buiten drank uit een blikje te drinken. Je riskeert een wespensteek in de keel bij het inslikken van een wesp die in je blikje gevallen is.
  • Allergische personen kunnen op voorschrift van de arts een noodkoffertje bij zich dragen met hierin inspuitbare adrenaline (type Epipen® 0,3mg), een antihistaminicum (Zyrtec® bijvoorbeeld) en een oraal corticosteroïde. Het is ook belangrijk om de mensen in de omgeving over de allergie in te lichten.

Meer weten?

De Hymenoptera (vliesvleugeligen) zijn een orde van insecten waaronder bijen, wespen, hommels en hoornaars vallen. Ze worden gekenmerkt door:

  • Twee paar vliezige vleugels.
  • Een lichaam dat bestaat uit drie delen: de kop, de romp en het achterlijf.
  • Een angel aan het uiteinde van het achterlijf, verbonden met gifklieren.

Enkel de vrouwtjes hebben een angel. Mannetjes (darren) hebben geen gifapparaat en kunnen niet steken.

De familie van de bij-achtigen (Apidae)

De bij-achtigen hebben een behaard lichaam. De honingbij (Apis) heeft een angel met weerhaken die verbonden is met de spieren van het achterlijf. Zij steekt alleen als zij in haar werkzaamheden gestoord wordt. Zij kan maar één keer steken. Een deel van het abdomen blijft aan de angel hangen. De bij sterft hieraan.

De hommel (Bombus) is volumineuzer en sterker behaard dan de bij. Zij is herkenbaar aan het typisch geluid. Hommels kunnen steken, maar hun angel blijft niet achter, waardoor ze meerdere keren kunnen steken.

De familie van de wespachtigen (Vespidae)

Deze familie is gemakkelijk te herkennen aan het geel-zwart gestreept of gevlekt achterlijf. Er is een smalle verbinding (wespentaille) tussen de romp en het spoelvormig achterlijf. Wespen moeten niet worden verward met zweefvliegen. Zweefvliegen hebben wel dezelfde kleur en strepenpatroon, maar kunnen niet steken. Alleen vrouwelijke wespen kunnen, vooral als hun nest verstoord wordt, agressief worden en achtervolgen een verstoorder om deze te steken. Wespen hebben een gladde angel zonder weerhaakjes en kunnen telkens opnieuw steken

De gewone wesp (Vespula sp.) is 15 mm groot en leeft in nesten van honderden tot duizenden individuen. Zij voeden zich met vliegenlarven en andere insecten en spelen een belangrijke rol in het ecosysteem. Zij worden voorall in de maad augustus aangetrokken door fruit, suiker en vlees. De vrouwtjes bezitten een angel en kunnen verschillende keren steken.

De Europese hoornaar (Vespa crabro) is 35 mm groot. Hij kan meerdere keren steken. De steken zijn zeer pijnlijk en kunnen gevaarlijk zijn bij meerdere steken of overgevoeligheid.

De Aziatische hoornaar (Vespa velutina) is een invasieve uitheemse soort en is sinds kort gevestigd in België. Ze wordt 25 tot 30 mm groot. Ze is overwegend zwart waarbij de uiteinden van de poten geel zijn en het achterlijf ook één gele band heeft. De Aziatische hoornaar maakt twee soorten nesten. Het primaire nest wordt in het voorjaar gemaakt en is ongeveer ter grote van een basketbal. Deze wordt het vaakst terug gevonden nabij menselijke activiteiten, zoals onder een afdak of in een haag. Dit maakt dat ze makkelijk kunnen worden verstoord en een risico op steekgevaar betekenen. Deze nesten dienen best zo snel mogelijk te worden verdelgd door een professionele verdelger. Vanaf de zomer maken Aziatische hoornaars secundaire nesten. Deze zijn vaak terug te vinden op grote hoogte (20 à 30 meter) en kunnen een meter diameter bereiken. Dit nest veroorzaakt echter minder steekgevaar omdat deze minder kans hebben om verstoord te worden. Voorzichtigheid is echter steeds geboden. Verdelging dient te gebeuren door een professionele verdelger. Steken van een individuele Aziatische hoornaar zijn te vergelijken met de inheemse. Meer info over de Aziatische hoornaar en de regeling rond verdelging kan je terugvinden op www.vespawatch.be.

 

Foto: vespawatch.be

Niet te verwarren met:

  • Echte horzels (familie Oestridae) die niet steken of bijten. Ze hebben geen bewegende monddelen en geen angel. In de volksmond worden bloedzuigende dazen (steekvliegen) of de stekende hoornaars (wespensoort) soms ook een horzel genoemd. Dit is verwarrend.
  • Dazen (familie Tabanidae) die niet steken, maar wel bijten waarna ze speeksel inspuiten om het bloed niet te laten stollen en het bloed opzuigen. Het speeksel zorgt voor een jeukende zwelling en pijn. Dazen zijn veelal grauw van kleur.

Een woordje uitleg over desensibilisatie

Bij personen die bij een steek reageren met symptomen zoals bloeddrukdaling, bewustzijnsverlies of ademhalingsproblemen, wordt desensibilisatie aangeraden. 

Mechanisme van de allergische reactie

Na een eerste steek worden bij gevoelige personen antistoffen aangemaakt van het type immuunglobuline E (IgE-antistoffen). Deze antistoffen hechten zich aan gespecialiseerde cellen (de mastcellen), die aanwezig zijn in de huid, de darmen en de ademhalingswegen.

Bij een volgende steek, bindt het gif van de bij of de wesp (het antigeen) zich aan de antistof op de mastcel die als gevolg histamine en andere vaso-actieve stoffen vrijmaakt. Dit veroorzaakt binnen 5–10 minuten symptomen zoals urticaria, zwelling, benauwdheid, hypotensie, diarree.

Identificatie van een allergische persoon en het type allergie

Het is belangrijk het verantwoordelijke insect te identificeren. Een allergie voor bijengif geeft niet noodzakelijk een allergie voor wespengif (behalve in enkele zeldzame gevallen, waar men een kruisallergie ziet).

Er worden eerst huidtesten uitgevoerd. Hiervoor wordt gezuiverd en verdund gif gebruikt. Deze huidtesten moeten minstens 6 weken na een steek gebeuren (zodoende hebben de mastcellen voldoende tijd om weer op te laden). Indien de persoon antihistaminica neemt moet men na het stoppen van de behandeling 10 dagen wachten vooraleer de huidtesten uit te voeren.

In het bloed wordt een dosering gedaan van het specifieke immuunglobuline E voor de verschillende antigenen van wespen of bijen.

De desensibilisatie

De desensibilisatie wordt alleen uitgevoerd bij personen die reeds een ernstige allergische reactie (zoals o.a. zwelling van de keel, bewustzijnsverlies, bloeddrukval) hebben doorgemaakt. Soms wordt in overleg met een arts beslist om personen die een groot risico lopen om frequent gestoken te worden (bv. imkers) ook te desensibiliseren.  Het is een behandeling die de patiënt tolerant maakt tegenover een specifiek antigeen.

Een allergoloog kan bepalen of je in aanmerking komt voor een desensibilisatiekuur, aan de hand van een bloedanalyse en huidpriktesten. Een dergelijke behandeling moet altijd uitgevoerd worden door een arts en in het ziekenhuis. De persoon krijgt onderhuidse inspuitingen van toenemende hoeveelheden van het gif waaraan hij allergisch is.

Er bestaan verschillende desensibilisatie schema’s. Alle schema’s bestaan uit twee fasen:

  • In een eerste fase, de instelfase, wordt een kleine dosis van het (gezuiverd) bijen- of wespengif onderhuids ingespoten in de arm. De persoon ontvangt dan stijgende dosissen allergeenconcentraties tot een maximale allergeenconcentratie van 100 microgram. De duur van deze behandelingsfase kan variëren van enkele weken (langzaam protocol) tot enkele dagen (zo genaamde rush-hyposensibilisatie) tot enkele uren (zogenaamde ultra rush-hyposensibilisatie). Het meest gebruikte schema is de rush-hyposensibilisatie waarbij na enkele dagen de maximale allergeenconcentratie van 100 microgram bereikt wordt. Dit heeft het voordeel dat de persoon vanaf dan al immuun is.
  • In een tweede fase, de onderhoudsfase of consolidatiefase, is het de bedoeling om het bereikte effect van de immunologische tolerantie te bewaren. Dit gebeurt door 100 microgram subcutaan toe te dienen met een stijgend interval van 1 naar 12 weken en daarna progressief te verlengen tot 24 weken. De totale behandelingsduur neemt 3 tot 5 jaar in beslag.

Controle van huidtesten en bloedonderzoek bepalen mee de behandelingsduur. Patiënten met onderliggende mastocytose worden in principe levenslang behandeld. Bij patiënten behandeld met betablokkers en ACE-inhibitioren dienen bijzondere voorzorgsmaatregelen genomen te worden.

Ook na succesvolle desensibilisatie is het aanbevolen om noodmedicatie (epipen, antihistaminica, corticoïden) bij te houden, aangezien de bescherming niet altijd levenslang is.

Versie 9/2025