Contact met de bastaardsatijnrups? Niet wrijven, wel langdurig spoelen met stromend lauw water
De bastaardsatijnvlinder (Euproctis chrysorrhoea) is een nachtvlinder die in België en Nederland in de duinen van kustgebieden voorkomt. De brandharen van de rups veroorzaken een rode huiduitslag met hevige jeuk en kunnen dus beter niet worden aangeraakt.
Behandeling
Bij huidcontact:
- Ontdoe je van alle kleren en behandel deze verder met handschoenen. Was de kleren (zo warm mogelijk) en laat ze drogen in de droogkast.
- Wrijf niet over de huid, maar spoel de huid met veel stromend water. Droog de huid niet met een handdoek: door de wrijving kunnen resterende haren afbreken en zijn deze moeilijker te verwijderen.
- Verwijder de resterende brandharen met behulp van plakband of tape.
- Bij hevige jeuk kunnen antihistaminica, of verkoelende middelen zoals ijs, verlichting brengen. Raadpleeg een arts bij ernstige huiduitslag. Vermijd krabben en wrijven. Door krabben en wrijven vindt verdere verspreiding van brandharen over de huid plaats en ontstaat er een groter risico op secundaire infecties.
Bij oogcontact:
- De ogen goed en langdurig uitspoelen met lauw, stromend water. Indien irritatie blijft duren, is advies van een oogarts nodig.
Bij inslikken
- Spoel de mond en drink wat water.
Let op. De brandharen kunnen via contact met het slachtoffer overgedragen worden op een ander persoon. Draag wegwerphandschoenen en afsluitende kleding wanneer je iemand hulp verleent.
Symptomen
Wie in aanraking is gekomen met de brandharen van de bastaardsatijnrups kan last ondervinden van rode huiduitslag met bultjes en blaasjes, gepaard met hevige jeuk. Meestal verdwijnen deze klachten na een week vanzelf.
Er hoeft geen direct contact tussen slachtoffer en rups plaats te vinden om effecten te veroorzaken, omdat de brandharen gemakkelijk via de wind verspreid worden. Zo kunnen ze terecht komen op de huid, ogen of in de luchtwegen belanden.
Het is ook mogelijk dat de volgende symptome, optreden:
- Oogklachten: Irritatie of onsteking van de ogen door het penetreren van brandharen in het oog. Soms kan er enkele maanden na contact nog een symptomatische ontstekingsreactie ontstaan.
- Luchtwegproblemen: Door inhalatie van brandharen kan er irritatie van de slijmvliezen ontstaan (hoesten, droge keel …). Tevens kunnen slikstoornissen en kortademigheid optreden. Soms ontstaan er een pseudo-allergische bronchitis en verwante astmatische verschijnselen.
- Algemene klachten: misselijkheid, koortstig gevoel, algemene malaise (zeldzaam).
- Na hernieuwd contact of bij chronische blootstelling kan een sterke anafylactische reactie optreden.
- Ingestie van rupsen kan leiden tot lokale irritatie in de mondholte en slikproblemen. Bij kinderen kunnen soms effecten over het hele lichaam waargenomen worden.
Symptomen kunnen direct optreden of enkele uren na blootstelling.
Toxiciteit
De rups heeft verschillende soorten haren. Het zijn de netelharen – onzichtbaar voor het blote oog – die een reactie veroorzaken, en niet de ruwere geelbruine “borstelharen”, noch de witte geveerde haartjes die aan beide kanten van elk lichaamssegment voorkomen. De netelharen zijn aangepast voor huidpenetratie d.m.v. een speervormig profiel en weerhaken. Ze komen los van de rups bij de minste aanraking. Verdere verspreiding over de huid vindt plaats door krabben en wrijven.
Waarschijnlijk is de oorzaak van de huidirritatie een combinatie van een irriterende stof en een mechanische werking: penetratie door de brandharen veroorzaakt weefselschade en kan dus een ontstekingsreactie uitlokken.
Meer weten?
Deze nachtvlinder van de familie Lymantriidae komt in België en Nederland vooral voor in de duinen van kustgebieden. De jonge rupsen nestelen zich – d.m.v. een webachtig spinsel – in bomen (o.a. eik, beuk, iep) of heesters uit voornamelijk de rozenorde (o.a. duindoorn, braam, meidoorn), en voeden zich op de bladeren. In het voorjaar verlaten de rupsen hun nest en verspreiden zich dan over allerlei anderen planten, bomen en het strand. Ondertussen krijgen ze steeds meer brandharen (de netelharen), die met het blote oog niet te zien zijn. Met hun weerhaakjes dringen deze haren makkelijk in de huid, ogen en luchtwegen. De mens heeft het meest last van de haren eind mei en begin juni. Tijdens het verpoppen worden de haren van de laatste ruiperiode in de cocon verzameld. Het is dus mogelijk om nog in augustus – wanneer de vlinder tevoorschijn komt – met de brandharen in contact te komen, of zelfs tijdens andere periodes, doordat haren in het nest of cocon achterblijven. In de praktijk zijn het vooral haren, die door de wind passief worden verspreid, die voor hinder zorgen.
De bastaardsatijnrups is te herkennen aan:
- Donkerbruine tot zwarte kleur.
- Bosjes lange geelbruine borstelharen.
- Twee helderrode stippen op de rug.
Versie 1/2026