CO-vergiftiging: de apparaten doorgelicht

De voornaamste oorzaken voor de productie van CO door verwarmingstoestellen en warmwaterapparaten worden hier besproken, evenals de preventie ervan. Je vindt hier aanbevelingen betreffende de keuze, de installatie, het gebruik en het onderhoud van verwarmingstoestellen en warmwatertoestellen. Je vindt eveneens praktische informatie voor een goede ventilatie van de kamers.

Waterverwarmers of badverwarmers op gas

Een niet vakkundige plaatsing van deze apparaten kan de oorzaak zijn van CO-intoxicaties.

Waterverwarmers

Een waterverwarmer of keukengeiser is een klein toestel op gas voor de productie van warm water (een elektrisch toestel produceert geen CO) en meestal niet aangesloten op een schoorsteen. Men spreekt vaak van de “5 l” omdat hij 5 liter warm water per minuut kan produceren. Technici spreken van een apparaat van het type A.

Deze apparaten zijn ontworpen om een gootsteen of lavabo van warm water te voorzien bijvoorbeeld voor de vaat. Men mag ze hoogstens 10 minuten per half uur gebruiken. Het is uitermate gevaarlijk om dergelijk apparaat te gebruiken voor een douche, omdat door de grote vraag naar water op te korte tijd het toestel te intensief en te lang gebruikt wordt met het risico op een gevaarlijke afgifte van CO.

In een keuken met keukengeiser, die niet aangesloten is op een schoorsteen, zijn twee ventilatieopeningen verplicht: een lage voor de aanvoer van verse lucht en een hoge voor de evacuatie van de verbrandingsgassen.

  • De lage opening voor de toevoer van lucht moet zo dicht mogelijk bij de vloer geïnstalleerd zijn met een niet afsluitbare opening van minstens 150 cm2. Bij voorkeur komt de lucht rechtstreeks van buiten. Indien dit niet mogelijk is moet de verse buitenlucht door maximum 3 doorstroomopeningen in serie van minstens 150 cmaangevoerd worden.
  • De hoge opening voor de evacuatie van verbrandingsgassen moet bij het plafond geplaatst zijn en ook een niet afsluitbare opening van minstens 150 cm2 hebben. De opening moet rechtstreeks naar buiten leiden.

Wist je dat:

  • Sinds 1989, zijn alle 5 l-waterverwarmers voorzien van een atmosfeerbeveiliging (CDA). In dit geval spreekt men van apparaten van type A1AS. Het apparaat schakelt zichzelf uit wanneer er te weinig zuurstof aanwezig is. In Vlaanderen is het mogelijk een premies te bekomen voor maatregelen die CO-vergiftiging tegengaan. Zie deze link.  
  • Keukengeisers type A1AS mogen niet meer geplaatst of vervangen worden vanaf 1 september 2015. Bestaande keukengeisers mogen in bedrijf blijven voor zover ze beantwoorden aan bovenstaande voorwaarden.

Badverwarmers type B

Het vermogen van zo een apparaat wordt bepaald door het gebruik: voor een lavabo en douche volstaat een 10 l-toestel (het toestel verwarmt 10 liter water per minuut). Indien men over een bad beschikt zal een 13 l-toestel aangewezen zijn. Voor verschillende aftappunten (wasbak, lavabo, douche, bad) is een toestel met variabel vermogen ideaal.

In België wordt gas van verschillende bronnen gebruikt voor de gasdistributie. Het is belangrijk dat men over een apparaat beschikt dat voldoet aan de norm NBN51-003. Dat is geschikt voor het gas dat in België verdeeld wordt en de overeenstemmende gasdruk. Op het kenplaatje ziet men als land van bestemming België (BE) alsook het CE-keurmerk. Soms stelt dit problemen voor grensbewoners die een toestel in het buitenland aankopen. Je vakman of aardgasleverancier beschikt steeds over de meest actuele informatie en kan je verder informeren.

Sinds 1995 zijn alle badgeisers of badverwarmers uitgerust met een beveiliging die het toestel uitschakelt zodra er verbrandingsgassen terugstromen in het lokaal (TTB – thermische terugslag beveiliging). Het gaat hier om een noodzakelijke veiligheid en alle oudere toestellen zouden niet meer moeten gebruikt worden.

Een badgeiser die goed functioneert, brandt met een blauwe vlam. Een oranje vlam wijst op onvolledige verbranding en dus productie van CO. Het apparaat moet dan dringend nagezien worden door een vakman.

In elke badkamer met een badgeiser moet een ventilatierooster voorzien zijn. Dit is een niet afsluitbare opening voor luchttoevoer van minimum 150 cm2. Dit rooster moet volledig vrij zijn. Hierdoor wordt de lucht voor de verbranding aangevoerd. Het rooster bevindt zich meestal onderaan in de deur van de badkamer.

De afvoer van de verbrandingsgassen van de badgeiser gebeurt door een rookafvoerkanaal, waarvan het verloop zo verticaal mogelijk moet zijn. Bochten of horizontale stukken verstoren de trek. De aansluiting van de badgeiser of het rookafvoerkanaal moet luchtdicht zijn.

Opgelet:

  • Sommige knutselaars “prutsen” aan de TTB zodat het toestel niet afslaat bij terugstromen van de verbrandingsgassen. Dit is uiteraard erg gevaarlijk!
  • Nieuwe toestellen van het type B mogen niet geplaatst worden in een slaapkamer, badkamer, doucheruimte of een toilet.
  • Het vervangen van een toestel van het type B opgesteld in een slaapkamer, badkamer, doucheruimte of toilet door een toestel van hetzelfde type verboden sinds 2015. Bestaande toestellen mogen in bedrijf blijven voor zover hun luchttoevoer en de afvoer van verbrandingskassen voldoet aan de gestelde eisen. 

Badverwarmers type C

Dit is een gesloten toestel: de lucht nodig voor de verbranding wordt buiten gehaald en de verbrande gassen worden weer naar buiten afgevoerd. Het toestel functioneert dus volledig onafhankelijk van de lucht in de kamer. Er is geen opening ter hoogte van de waakvlam en is er geen enkel risico op CO-intoxicatie.

Houtkachels en houtpelletkachels

Houtkachels

Houtkachels hebben een rendement van 60 tot 70%. Dankzij warmterecuperatiesystemen is het mogelijk deze op te drijven tot 80 à 90%. Per kilo hout is ongeveer 10 m3 lucht nodig voor de verbranding. Men moet dus voldoende ventilatie voorzien in de kamer.

Het is belangrijk te stoken met droog en zuiver hout. Vochtig hout produceert veel waterdamp, die de trek in de schoorsteen nadelig kan beïnvloeden en heeft een lager calorisch vermogen, waardoor de verbrandingstemperatuur daalt en het rendement afneemt. Het gebruik van behandeld, geverfd of samengeperst hout vervuilt de rookkanalen en is schadelijk voor het milieu.

Om een houtkachel aan te steken, moet men eerst klein hout gebruiken en moet men de luchttoevoer maximaal openen om de verbranding op gang te brengen. Men onderhoudt een tijdje een hevig vuur om het risico op teeraanslag in de rookkanalen te beperken. Het is beter het hout er in verschillende keren op te leggen, om het vrijkomen van grote hoeveelheden waterdamp te vermijden. Bij een optimale verbranding komt er witte of kleurloze rook uit de schoorsteen.

Het is raadzaam om het vuur vanzelf te laten uitdoven na het zorgvuldig sluiten van de deur.  

De schoorsteen moet eenmaal per jaar gereinigd worden. Bij regelmatig gebruik twee keer. 

Pelletkachel

Houtpellets worden vaak aanbevolen om ecologische redenen, omdat zij beschouwd worden als een CO2-neutrale brandstof: bij de verbranding komt slechts die hoeveelheid CO2 vrij die de bomen tijdens kun levenscyclus hebben opgenomen. Hierdoor wordt geen extra CO2 aan de atmosfeer toegevoegd (behalve de CO2 die nodig was voor de ontginning, het vervoer en de productie). Houtpellets worden vervaardigd uit samengeperst houtafval.

Pelletkachels zijn voorzien van een reservoir. Men kan meestal een volledige zak pellets in de kachel gieten, die dan met een schroef van Archimedes uit het reservoir omhoog worden geschroefd, waarna ze in de verbrandingskamer vallen.

 

De meeste houtpelletkachels zijn gesloten toestellen : de lucht voor de verbranding wordt aangevoerd van buiten en de rook wordt naar buiten afgevoerd. Meestal gebeurt dit via een enkel kanaal zowel voor de toevoer van verse lucht als voor de afvoer van de rook.  Het  binnenste kanaal van deze concentrische buis dient meestal voor de afvoer van de rook en het buitenste voor de aanvoer van verse lucht. Een ventilator zorgt voor de geforceerde afvoer van de rook.

Bij een stroompanne of wanneer men de elektriciteit afzet, stopt de ventilator voor geforceerde afvoer van rookgassen. Door het verbranden van de resterende pellets in de kachel, kan de rook zich hierin opstapelen, waardoor er overdruk ontstaat. Wanneer de druk te hoog wordt, is het systeem niet meer volledig luchtdicht en kunnen rookgassen zich in de kamer verspreiden. Om te vermijden dat rook zich in de kamer verspreid, moet de afvoer van een pelletkachel ook functioneren op natuurlijke  trek.

Het rookkanaal van een pelletkachel kan verticaal zijn, gerealiseerd in een bestaande schoorsteen met uitgang op het dak of aan de buitenzijde van de woning. Wanneer men een horizontale uitgang wil realiseren, door een buitenmuur, dan moet die wel aan enkele voorwaarden voldoen:

  • Een verticaal stuk rookkanaal van minstens 1,5m vanaf de uitgang van de kachel
  • Een minimale hoogte van uitgang aan de buitenzijde tot aan de grond van minstens twee meter.

 

Houtpellets kunnen CO vrijgeven zonder dat er verbranding plaats vindt. Door de enzymen in het hout aanwezig worden oxidatieve processen in gang gezet, die CO produceren wanneer het zuurstofgehalte in de opslagruimte afneemt. Het is gevaarlijk om een opslagruimte van houtpellets binnen te gaan zonder voorafgaande ventilatie.

Kolenkachels

Keuze van een kachel

Als men een kolenkachel koopt, kiest men best een toestel met dubbele wand en met automatische regeling van de luchttoevoer. De kachel moet voldoen aan de eisen van rendement en uitstoot zoals vastgelegd in het Koninklijk Besluit van 12/10/2010 tot regeling van de minimale eisen van rendement en emissieniveaus van verontreinigende stoffen voor verwarmingsapparaten voor vaste brandstoffen. Als je een nieuwe kachel koopt op de Belgische markt voldoet het toestel in principe aan deze eisen. 

Het vermogen moet berekend worden in functie van verschillende parameters, zoals het volume van de kamer, de gemiddelde buitentemperatuur, de ligging van het lokaal ten opzichte van het noorden, de oppervlakte van de vensters en de isolatie van de muren. Een vakman of architect kan u hierbij helpen. Wanneer een kolenkachel met een te groot vermogen wordt geïnstalleerd, zal die steeds op lager moeten gezet worden door het verminderen van de luchttoevoer. Hierdoor wordt meer CO geproduceerd.

Het is belangrijk informatie te vragen over het type en de grootte van de kolen die het meest geschikt zijn voor het aangekochte toestel.

De installatie van de kachel

De kachel moet zo dicht mogelijk bij de schoorsteen geplaatst worden. Als dat niet mogelijk is moet men een buis naar de schoorsteen voorzien, die minstens 5 cm stijgt per meter en die zo min mogelijk hoeken maakt. De diameter van die buis moet aangepast zijn aan de diameter van de kachelpijp.

De aansluiting moet luchtdicht zijn. Hiervoor moet de aansluiting op de schouw voorzien zijn van een luchtdichte rozet en een centreerhuls.

Als de buis horizontaal in de schouw komt, moet hij schuin afgesneden worden en moet de schuine kant naar onder gekeerd in de schouw gebracht worden.

Ten slotte moet men om elk brandgevaar te vermijden de kolenkachel plaatsen op afstand van brandbaar materiaal en op een vuurbestendige sokkel tenzij deze is ingebouwd in de kachel of de kachel op poten staat.

Zorg voor voldoende luchttoevoer. Een kolenkachel met een gemiddeld vermogen van 5.000 kcal/uur heeft per uur 9.000 m³ lucht nodig om correct te kunnen werken. Er moeten dus bijna altijd ventilatieroosters voorzien worden.

Het gebruik van de kachel

Gebruik bij voorkeur kolen met een laag as- en zwavelgehalte (antraciet) en met het kaliber aanbevolen door de fabrikant.

Opgelet! Vooraleer de kachel te vullen, moet je de magazijnplaat plaatsen die overeenkomt met het kaliber van de kolen.

Bij het aansteken van de kachel moet de luchttoevoer helemaal open staan. Kijk ook na of de schoorsteen voorzien is van een afsluitklep. Deze moet geopend worden.

Om de kachel aan te steken, gebruikt men bij voorkeur papier en klein hout. Wanneer de schoorsteen lange tijd niet gebruikt werd of als er vochtproblemen zijn in het rookkanaal, kan men beter hout branden om de schoorsteen op te warmen en de trek te bevorderen en pas kolen opleggen wanneer de schoorsteen goed trekt.

Bij het aansteken moet men eerst een aantal kolen tot gloeien brengen totdat er een reserve van 1 tot 3 kg ontstaat alvorens de kachel verder te vullen. Nadien kan men de kachel vullen in functie van de gewenste warmte en duur.

Er bestaan twee verbrandingswijzen voor kolen: verbranding door de massa (de verbranding grijpt plaats door heel de massa van de brandstof in het toestel) en verbranding in dunne lagen die alleen plaatsvindt in een deel van de brandstof. Alleen oudere kachels werken volgens het eerste principe. Nieuwere toestellen hebben steeds een verbranding in dunne lagen. 

Om een beter rendement te krijgen bij kachels die door de massa branden is het aangeraden het toestel niet volledig te vullen. Bij kachels die branden in dunne lagen is het beter het toestel volledig te vullen, zodra men voldoende gloeiende kolen heeft.

Zodra de steenkool normaal brandt, kan je de luchttoevoer regelen in functie van de warmte die je wil. 

Normaal gezien staat op het identificatieplaatje van de kachel te lezen hoelang een normaal gevulde kachel brandt en met welk type kolen. Spijtig genoeg wordt dit plaatje er soms afgehaald of is het onleesbaar geworden na gebruik van het toestel.  

Men moet regelmatig de as verwijderen. Indien de as tot aan het rooster komt, wordt dit onderaan niet meer geventileerd en zal de verbranding onvolledig gebeuren met een groter risico op de vorming van CO. Het verwijderen van de as gebeurt door het schudden van het rooster. Sommige toestellen zijn voorzien van opklapbare roosters of deurtjes zodat de grootste stukken as en sintels verwijderd kunnen worden zonder te wachten tot het vuur uit is. Na het verwijderen van de as en het vullen van de kachel, moeten de deuren en deksels zorgvuldig gesloten worden. Anders zou de verbranding te snel kunnen gaan en de kachel beschadigen.  

Op het einde van de winter moet de kachel zorgvuldig schoongemaakt worden. Men moet alle as die zich bevindt in de kachel of de buizen verwijderen, de bodem van de kachel reinigen en het roet dat zich op de wanden bevindt, afvegen. Men moet ook de luchtdichtheid van de verbindingen controleren.

Minstens één keer per jaar moet je de rookkanalen en de aansluiting op de schoorsteen laten reinigen. Dit gebeurt bij voorkeur door een erkende vakman met een schoorsteenragebol. 

Verwarmingstoestellen op stookolie

De voornaamste oorzaken van het vrijkomen van CO bij verwarmingstoestellen op stookolie zijn:

  • Onvoldoende aanvoer van verse lucht.

Om één liter brandstof te verbranden heeft men in theorie 10 m3 lucht nodig, in de praktijk 12 tot 15 m3! Men moet dus een toevoer van verse lucht voorzien, die rechtstreeks van buiten komt met een vrije netto doorsnede van 3 cm²/kW en met een minimum van 50 cm², eventueel te verhogen met het nodige volume voor de ventilatie van de opstellingsruimte. 

  • Slechte afvoer van de verbrandingsgassen door de schoorsteen.

Aangezien stookolie kleine hoeveelheden zwavel bevat en er bij de verbranding mogelijks waterdamp ontstaat, kan er in de rook zwavelzuur gevormd worden. De zure rook tast de voegen en het cement aan van traditionele schoorstenen en van de metalen buizen, die niet uit degelijk roestvast staal vervaardigd zijn.

Bij condenserende ketels kunnen, gezien de geringere rookgastemperatuur, de verbrandingsgassen afgevoerd worden, via een rookgaskanaal uit kunststof (PP, temperatuursklasse T120).

  • De brander is niet aangepast aan het toestel.

Als het geleverde vermogen van de brander bijvoorbeeld te groot is voor de ketel, is er een slechte verdeling van lucht rond de vlam. Hierdoor verhoogt het risico op onvolledige verbranding en vorming van CO.

  • Een vuile brander

  • Een slechte vermenging lucht-brandstof

Belangrijk

Het is van essentieel belang dat het toestel wordt geplaatst in een goed verluchte ruimte (een voldoende grote ventilatieopening voorzien). Deze ruimte moet ook schoon zijn: liever geen mand van een huisdier of een droger in dezelfde ruimte. De haren en pluizen kunnen de opening van de luchttoevoer blokkeren en ook de branderventilator vervuilen, waardoor het luchtvolume voor de optimale verbranding niet bereikt wordt.

Open haard

De open haard geeft directe stralingswarmte maar heeft slechts een klein warmterendement (ongeveer 10 %). De meeste warmte ontsnapt langs de schoorsteen. Het rendement kan opgedreven worden, door binnenin een gietijzeren plaat te installeren, die zal opgewarmd worden en op haar beurt warmte zal afgeven.

Om optimaal te functioneren heeft een open haard 250 tot 500 m3 verse lucht per uur nodig. Dit komt over het algemeen overeen met 2 tot 3 maal het volume van het lokaal. Bij gebrek hieraan kan de trek in de schoorsteen verstoord worden en komt het lokaal in onderdruk. Naast een natuurlijke ventilatie is een bijkomend ventilatiesysteem naar buiten onontbeerlijk.

Voor het aansteken van het vuur gebruikt men best klein hout.

Bij mist of als het windstil is, kunnen er storingen in de trek optreden, die het terugslaan van rook in het lokaal veroorzaken.

Het is raadzaam om het vuur vanzelf te laten uitdoven met een haardscherm voor het vuur om te vermijden dat gensters de vloerbedekking zouden aantasten.

Verplaatsbare verwarmingsapparaten

Verplaatsbare verwarmingstoestellen zijn per definitie niet aangesloten op een schoorsteen. Behalve de elektrische toestellen kunnen ze allemaal CO afgeven. Zij verbruiken de zuurstof uit het lokaal en lozen hun verbrandingsgassen in de ruimte waarin zij staan opgesteld.

Dit soort toestellen mag niet continue gebruikt worden in een lokaal van gewone afmetingen (maximum 10 minuten per half uur). Dit betekent dat dit soort verwarming kan gebruikt worden om een grote kou te verjagen, maar niet om een verwarmingsapparaat te vervangen.

In kleine ruimtes zoals een caravan of een boot mogen deze toestellen nooit gebruikt worden.

Verplaatsbare petroleumkachel

Een petroleumkachel is een kachel die warmte produceert door middel van het verbranden van petroleum. Petroleumkachels hebben meestal een ingebouwd brandstofreservoir waarin een cilindervormige lont (kous) is gedompeld. De petroleum wordt door de capillaire werking naar de top van de kous gezogen, waar het verbrandt.

Omdat de verbrandingsproducten direct geloosd worden in de ruimte waar zij staan opgesteld, is het belangrijke dat de verbranding zo volledig mogelijk gebeurt. Hiervoor is de aanvoer van verse lucht (zuurstof) essentieel. Wanneer er onvoldoende zuurstoftoevoer is, wordt de verbranding onvolledig en wordt er meer CO geproduceerd.

Het is ook belangrijk om te weten dat deze toestellen per liter verbrande petroleum één liter water produceren, zodat ernstige problemen met vochtige muren kunnen ontstaan.

Verplaatsbare toestellen op butaangas

Butaangasvuur

Net als bij een gasfornuis aangesloten op het aardgasnet komen de verbrandingsgassen vrij in de keuken. In een grote keuken zal dit zelden problemen geven, zeker niet als er een dampkap aanwezig is. Voorzichtigheid is geboden als dergelijke vuren gebruikt worden in een caravan of boot. Een goede ventilatie voor de aanvoer van verse lucht is essentieel.

Warmtekanon op butaangas

Deze toestellen blazen lucht, die verwarmd wordt via butaangas. Zij zijn bestemd voor gebruik in de open lucht, bijvoorbeeld op bouwwerven.

Warmtestraler op butaangas (terrasbranders)

Deze toestellen zijn ontworpen voor gebruik in open lucht of goed verluchte zalen.

Er zijn reeds zware intoxicaties beschreven wanneer deze toestellen binnen gehaald werden, om bij voorbeeld de kleedkamers van een sportclub te verwarmen of in een kerk.

Andere

Sfeerhaarden

Ook sfeerhaarden op bio-ethanol verbruiken zuurstof uit de kamer waarin zij branden. Als het zuurstofpeil in de kamer afneemt, zal door onvolledige verbranding CO geproduceerd worden. Deze toetstellen mogen dan ook nooit gebruikt worden als hoofdverwarming.

Andere

Naast de “klassieke” verplaatsbare verwarmingsapparaten, moet men ook denken aan gasfornuizen, ovens, barbecues en dergelijke waarvan de verbrandingsgassen ook in de atmosfeer van de kamer vrijkomen. In koudere periodes zijn intoxicaties voorgekomen bij mensen die bloempotten omgekeerd op een gasbekken hadden gezet of die de deur van de oven hadden open gezet om zich te warmen. Het gebruik van de barbecue (houtskool of gas) binnenshuis of zelfs in een garage, kan CO-intoxicaties veroorzaken.