Vergiftiging van honden door meststoffen die Ricinus-pulp bevatten.

Deze tekst is bedoeld voor professionelen. Het is mogelijk dat je niet alle gebruikte termen begrijpt.

Sommige meststoffen worden verrijkt met restanten die overblijven na de productie van Castorolie uit de zaden van de wonderboom (Ricinus communis). Deze restanten bevatten het zeer toxische ricine, dat een orale letale dosis heeft van ongeveer 1 mg/kg. De eerste symptomen treden meestal pas na 8 uur op en beginnen met overgeven en diarree, gevolgd door hematemesis, bloederige diarree, hypotensie, lever- en nierstoornissen, shock en dood. Convulsies zijn mogelijk. Er is geen antidoot en de therapie is symptomatisch: perfusie en adrenergica.

Vanwege het grote aantal vergiftigingen bij honden, vaak met dodelijke afloop, zijn meststoffen verrijkt met Ricinuspulp vanaf 31 oktober 2010 niet meer toegelaten. Een uitzondering kan verkregen worden indien aangetoond wordt dat het toxine is geïnactiveerd en het product niet meer gevaarlijk is.

Inleiding

De wonderboom (Ricinus communis) is een snelgroeiende tropische boom die tot de wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae) behoort.

De wonderboom (Ricinus communis) is een snelgroeiende tropische boom, die tot de wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae) behoort. De zaden van de boom worden wonderbonen genoemd. Uit wonderbonen wordt wonderolie (of castorolie) geperst. De overblijvende pulp wordt als veevoeder gebruikt, maar bevat het zeer sterke gif ricine dat eerst door een langdurige hittebehandeling onschadelijk moet worden gemaakt. Uit de pulp worden ook meststoffen gemaakt, die in biologische teeltwijzen gebruikt worden. Bij deze laatste toepassing wordt de hittebehandeling vaak niet of op onvoldoende wijze uitgevoerd, zodat deze nog veel ricine kunnen bevatten.

Ricine is één van de sterkste gifstoffen die er bestaan en het opeten van onvoldoende behandelde meststoffen kunnen aanleiding geven tot ernstige symptomen met de dood tot gevolg. Dit wordt bijna uitsluitend bij honden gezien.

Ook gebeurt het af en toe dat veevoeder een onvoldoende hittebehandeling heeft ondergaan met dodelijk gevolg. Dit is vooral bij runderen beschreven.

Ook het opeten van de bonen zelf kan ernstige symptomen geven. De bonen moeten dan wel kapot gebeten worden. Het opeten van 1 boon kan al dodelijk zijn voor een hond.

Toxiciteit

De zaden van de boom wordt wonderbonen genoemd. Uit wonderbonen wordt wonderolie (of castorolie) geperst. De overblijvende pulp wordt als veevoeder gebruikt, maar bevat het zeer sterke gif ricine dat eerst door een langdurige hittebehandeling onschadelijk moet worden gemaakt.

1 gram bonen bevat 0.2 - 5 % ricine.

Ricine wordt slecht geabsorbeerd in de darm. De toxiciteit ligt ongeveer 1000 maal lager dan bij een intraveneuze toediening. Maar gezien de enorm hoge toxiciteit van ricine volstaat al een kleine hoeveelheid oraal om al ernstige symptomen te geven.

Muizen:

  • LD50 oraal: 20 – 30 mg ricine/kg lichaamsgewicht.

Honden:

Momenteel is er voor honden geen betrouwbare orale LD50 bekend. Waarschijnlijk is deze dezelfde als bij muizen (20 mg ricine/kg lichaamsgewicht). Eén boon kan al symptomen geven bij sommige honden. Maar bij honden is het altijd moeilijk om de ingenomen hoeveelheid na te gaan.

Een studie in Noord-Amerika gedurende een 10-tal jaren toonde een mortaliteit van 9 % aan bij honden die bonen hadden gegeten.

In de literatuur zijn 9 gevallen beschreven van honden die gegeten hadden van meststoffen aangerijkt met ricinus-schroot. Hiervan overleden er 7. Het werkelijke aantal blootstellingen ligt waarschijnlijk veel hoger.

In het Belgische antigifcentrum zijn er 8 gevallen gekend van honden die aan ricinus-schroot waren blootgesteld en waarvan we een follow-up hebben. Van deze 8 overleden er 5.

Kliniek:

Na een symptoomvrij interval van 8 – 24 uur:

  • Suf en slap.

  • Braken (al dan niet met bloed).

  • Diarree (al dan niet met bloed).

  • Anorexia.

  • Gastritis.

  • Soms haematurie.

  • Soms cyanose.

  • Hypotensie en tachycardie.

  • Coma met soms convulsies.

  • Labo: gestoorde lever- en niertesten.

Therapie:

Er is geen antidoot.

  • Indien binnen de 2 uur na inname: doen braken (apomorphine sc 0.05 – 0.01 mg/kg) en aktieve kool (1-5 g/kg).

  • Perfusie om deshydratatie te voorkomen of te behandelen.

  • Adrenergica bij hypotensie (bv dopamine: 3 µg/kg/minuut tot 15 µg/kg/minuut).

  • Diazepam (0.5 - 1 mg/kg IV) bij convulsies.

Literatuur:

    1. Bailey E.M., Ricin. In Peterson M.E., Talcott P.A., Small Animal Toxicology. Philadelphia, WB Saunders, 2006, p 1.011-1.016.

    2. Albretsen J.C., Gwaltney-Brant S.M., Khan SA. Evaluation of castor bean toxicosis in dogs: 98 cases. J Am Anim Hosp Assoc. 2000 May-Jun; 36(3): 229-33.

    3. Audi J., Belson M., Patel M., Schier J., Osterloh J., Ricin poisoning: a comprehensive review. JAMA. 2005 Nov 9; 294(18): 2.342-51.

    4. Doan L.G. Ricin, Mechanism of toxicity, clinical manifestations, and vaccine development. A review. J Toxicol Clin Toxicol. 2004; 42(2): 201-8.

    5. Ebbecke M., Hünefeld D., Scaper A., Desel H., Increasing Frequency Of Serious Or Fatal Poisoning In Dogs Caused By Organic Fertilizers During The Summer Of 2001 In Germany. J Toxicol Clin Toxicol. 2002; 40(3): 346-347.

    6. http://www.phytoweb.be/NL/Pers/20100714%20ricinusschroot.htm