Over ons

Het Antigifcentrum is een Koninklijke stichting van openbaar nut, gesubsidieerd door FOD Volksgezondheid in het kader van de dringende medische hulpverlening. Met meer dan 50.000 oproepen per jaar is het Antigifcentrum nodig en nuttig. Sinds de oprichting in 1963 is het Centrum dag en nacht beschikbaar met deskundig telefonisch advies. De kernopdrachten van het Antigifcentrum zijn: telefonisch informatie verstrekken bij acute vergiftigingen, beheer van wetenschappelijke documentatie, beschikbaar stellen van antidota en toxicovigilantie.  

Telefonische informatieverstrekking bij acute vergiftigingen

De belangrijkste activiteit van het Antigifcentrum is het 24 uur per dag, 7 dagen per week, verstrekken van toxicologische informatie aan het publiek, artsen en andere hulpverleners in België. Een ploeg van artsen en apothekers beantwoorden de oproepen.

Er wordt snel en adequaat informatie verstrekt over zowel de mogelijke ernst van de vergiftiging en de te verwachten symptomen, als over de relevante diagnostiek en therapie. De betrokken toxische stoffen variëren van geneesmiddelen en drugs tot huishoudproducten, chemische industrieproducten, planten en dieren, cosmetica en voeding. De permanentie is zowel bereikbaar voor het publiek als voor professionelen en dit op het gratis nummer 070 245 245 (8002-5500 vanuit Groothertogdom Luxemburg).

Beheer wetenschappelijke documentatie

Bij een oproep aan het Centrum wordt het product dat betrokken is bij een intoxicatie meestal onder haar commerciële naam omschreven. De eerste opdracht is het opzoeken van de samenstelling van het product. Het Antigifcentrum beschikt hiervoor over een omvangrijke kennisdatabank van producten en samenstellingen die constant up-to-date wordt gehouden.

De industrie is verplicht om aan het Antigifcentrum samenstellingen van gevaarlijke producten, pesticiden en biociden door te geven. Veel bedrijven geven ook vrijwillig de samenstellingen door van vaak gebruikte producten die niet als gevaarlijk geklasseerd zijn, maar die wel bij ongevallen betrokken kunnen raken.

Tevens organiseert en analyseert een documentalist artikels m.b.t. toxicologie in de medische literatuur in een databank. De interessantste artikels worden doorgespeeld aan het team, wat hun permanente vorming ten goede komt.

Beschikbaar stellen van antidota

In nauwe samenwerking met de spoeddiensten van ziekenhuizen richt het Antigifcentrum zich op het vergemakkelijken van de toegang tot antidota. Bij de behandeling van intoxicaties bestaat de behandeling vaak uit het in stand houden van de vitale levensfuncties en het bestrijden van de symptomen. Er zijn nochtans intoxicaties waarvoor het toedienen van antidota of specifieke medicatie aangewezen is.

Sommige antidota worden slechts in uitzonderlijke gevallen gebruikt en zijn om commerciële redenen niet geregistreerd in België als geneesmiddel. Producten zoals chelatoren van zware metalen of cholinesterase reactivators zijn in Frankrijk of in Duitsland geregistreerd en moeten geïmporteerd worden, wat in geval van nood hun beschikbaarheid beperkt. Andere producten zijn bovendien heel duur, hebben een beperkte houdbaarheid en zijn slechts beschikbaar in enkele grote ziekenhuizen. Daarom houdt het Antigifcentrum een voorraad ter beschikking voor ziekenhuisartsen en organiseert het, indien nodig, het transport van de gevraagde geneesmiddelen.

Tweeëntwintig ziekenhuisapotheken, verspreid over heel België, stellen eveneens antidota ter beschikking aan gehospitaliseerde patiënten. Zij brengen het Antigifcentrum regelmatig op de hoogte van hun voorraad. Het Centrum kan zo de geneesheren voor een bepaald product verwijzen naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis.

Toxicovigilantie

Het Antigifcentrum heeft hiernaast ook een opdracht van toxicovigilantie die erin bestaat situaties op te sporen waar een nieuw of onaanvaardbaar risico bestaat voor de gezondheid, gekoppeld aan het voorstellen van maatregelen om het risico onder controle te houden.

Een belangrijk voorbeeld hiervan is het gevaar van CO-intoxicatie, waarvoor het Centrum de laatste jaren zowel gegevens verzamelt als in dialoog gaat met beleidsmakers en producenten.

151 oproepen per dag

De oproepen komen grotendeels uit België, maar de tweetaligheid van de telefonische- en online dienstverlening zorgt ervoor dat ook buitenlandse hulpverleners en mensen de weg vinden naar het Belgische Centrum. Op 2 juni 2015 tekenden de overheden van het Groothertogdom Luxemburg en België met het Antigifcentrum een convenant, zodat de inwoners en medisch professionelen uit het Groothertogdom voortaan ook het Belgisch Antigifcentrum kunnen bellen. De website wordt geraadpleegd door bezoekers uit alle hoeken van de wereld.

Het Centrum ontvangt gemiddeld 151 telefonische oproepen per dag, wat neerkomt op 55.254 oproepen in 2016. Hiervan gaat 84% over reële blootstellingen aan een product. De resterende oproepen zijn vragen om informatie. Het merendeel van de oproepen komt van het grote publiek, tegenover 25% van professionelen uit de gezondheidssector.

De slachtoffers

Bij één oproep kunnen er meerdere slachtoffers zijn. Het aantal slachtoffers ligt dan ook hoger dan het aantal oproepen. Bij de 47.568 klassieke oproepen (in 2016) waren er in het totaal 44.459 menselijke slachtoffers betrokken, naast 3.929 dieren. 

Ongevallen komen het vaakst voor bij jonge kinderen vanwege hun verkenningsgedrag. Omwille van de kleine hoeveelheden lopen deze meestal goed af.

Gevaarlijker zijn de bijtende producten (ontstoppers, zoutzuur ...) die zware brandwonden veroorzaken, de petroleumproducten (lampolie, meubelvernieuwer) waarvan enkele druppels een chemische longontsteking kunnen veroorzaken en methanol en ethyleenglycol die al in kleine dosissen schadelijk zijn.

Zowel bij kinderen als bij volwassenen zijn geneesmiddelen en huishoudproducten de meest frequente oorzaken van ongevallen, gevolgd door cosmetica, pesticiden en meststoffen, planten en paddenstoelen en voedingsmiddelen. 

Korte geschiedenis

Wanneer dr. Monique Govaerts in 1959 terugkeert uit de Verenigde Staten heeft ze een idee. Tijdens haar studies daar is ze geïnspireerd geraakt door de antigifcentra in Boston, New York en Los Angeles. In 1963 is het zover, ze richt het eerste Belgische Antigifcentrum op. Het Centrum ontstaat uit een privé-initiatief en moet starten zonder staatstoelagen, maar verschillende instanties als het Rode Kruis en het NWK (Nationaal Werk voor Kinderwelzijn), bedrijven en personen uit de wetenschappelijke wereld steunen het initiatief. Een kleine ploeg van jonge geneesheren en even later ook een apotheker spannen zich in om oproepen te beantwoorden en tegelijk een toxicologisch bestand aan te leggen. Op 25 februari 1964 krijgt het Antigifcentrum zijn eerste oproep. Al snel wordt het Centrum 24/24 telefonisch beschikbaar.

Lang voordat zij door de wetgeving verplicht werden, sluit dokter Govaerts een akkoord met de Federatie der Chemische Nijverheid van België om hun formules aan het Centrum toe te vertrouwen zodat in geval van intoxicatie kan ingegrepen worden.

Vier jaar na de oprichting wordt het Centrum een Instelling van Openbaar Nut en ontvangt het zijn eerste subsidies van het Ministerie van Volksgezondheid. In 1968 wijdt prins Albert de nieuwe locatie aan de Joseph Stallaertstraat 1 in. De activiteiten nemen jaar na jaar aanzienlijk toe en in 1984 ontvangt het Centrum zijn 300.000ste oproep en zijn 500.000ste oproep 5 jaar later. In 2004 wordt de kaap van een miljoen oproepen gerond. In 1996 verhuist het Antigifcentrum naar zijn huidige locatie in het Militair Hospitaal in Neder-Over-Heembeek. 

Het Antigifcentrum heeft zijn relevantie altijd weten te behouden. Telefonisch advies verstrekken blijft de kerntaak en dit 7 dagen op 7, dag en nacht. Het team van artsen en apothekers kan hiervoor rekenen op een omvangrijke database, uniek in Europa. De opdrachten van het Centrum zijn doorheen de jaren aanzienlijk uitgebreid. In 2013 viert het Centrum zijn vijftigste verjaardag.

Subsidiëring

De minister van Volksgezondheid bepaalt het bedrag van de subsidie die aan het Antigifcentrum wordt toegekend in het kader van dringende medische hulp. De Nationale Loterij betaalt de subsidie volgens het Koninklijk Besluit dat de verdeling van de subsidies van het begrotingsjaar vastlegt.